Trillingvrij injecteren
Deze techniek wordt toegepast als het niet mogelijk is om met behulp van een trilapparaat een damwandplank, voorzien van 2 injectielansen de grond in te trillen. Door de aanwezigheid van kwetsbare belendingen bijvoorbeeld. Met behulp van een boormotor brengen we een stalen lans met daarin een kunststof injectieslang, de bodem in. De lans wordt vervolgens getrokken, de injectieslang blijft achter.
Wat betreft nauwkeurigheid en eindresultaat is deze methode vergelijkbaar met die van de normaal door ons toegepaste injectietechniek. Het grote verschil en tevens het enige nadeel: de productiviteit van deze methode is slechts iets meer dan 50 % van de gebruikelijke methode, maar met 100-150 m2 per dag toch nog concurrerend.
Voor het verwijderen van de slangen maakt het niet uit langs welke weg ze zijn ingebracht.
Natuurlijk is het mogelijk om de beide methoden te combineren: volstrekt trillingvrij daar waar dat moet en met trilapparatuur daar waar het kan.
